Na de puppytraining

Na de puppytraining kunt u verder met de reguliere jachttrainingen, waarin uw hond wordt opgeleid voor de jachtpraktijk, voor de wedstrijden of gewoon om fijn met uw hond actief  buiten bezig te zijn

DE BASISGROEP  (KNJV-C niveau):

De C-training is het basisniveau  en bedoeld voor honden vanaf  6 maanden.  Hier wordt een begin gemaakt met het leggen van een solide basis voor een indrukwekkende carrière als jachthond of wedstrijdhond.  Het accent in deze training ligt op appèl; basisgehoorzaamheid.  Dit maakt, dat uw hond een fijne luisterende huisgenoot is.

Hierbij moet u denken aan:

  • Het volgen. Aangelijnd en los volgen naast de baas.
  • Zitten op fluitsignaal.
  • Het houden van de aangewezen plaats.
  • Rust en beheersing tijdens het werk en tijdens het volgen.
  • Het op commando afstand nemen van de baas (vrij sturen) en komen op bevel (bijv. Fluitsignaal of stem).

Verder wordt er een begin gemaakt met het aanleren van het “modelapport”  met dummy’s en koud wild. De apporten worden gehaald op land en over en uit water. Ook het waterwerk maakt deel uit van de training, waarbij de hond eerst leert over water te gaan en vervolgens een apport op te nemen uit water.

Bij veel jachthondenscholen kunnen de cursisten op C en B-niveau aangeven of men uitsluitend met dummy’s wil werken  of niet.

Aan het einde van de C-training moet het mogelijk zijn om succesvol deel te nemen aan een KNJV –wedstrijd. Het resultaat wordt mede bepaald door de hoeveelheid tijd en energie die de cursist naast de trainingen heeft geïnvesteerd in zijn hond.

MIDDENGROEP TOT EN MET  NIVEAU KNJV-B;

In deze groep blijft de basis als beschreven bij de basisgroep (KNJV-C)  volledig  gelden. Daarnaast wordt de oefenstof uitgebreid met drie  B-oefeningen t.w.  het verloren apport uit dichte dekking, het verloren apport uit dichte dekking over water en het markeerapport. De uitvoering en de afwerking van de oefeningen worden steeds meer geperfectioneerd, waarbij het uitgangspunt is en blijft: het “model-apport”.

Bij een verloren apport heeft de hond het apport niet zien vallen. De inzetplaats bepaalt feitelijk het zoekgebied.  De hond moet na het commando “zoek apport” of “ zoek verloren” zelfstandig aan de slag  en volhardend het “verloren” apport op zoeken en binnen brengen. De moeilijkheidsgraad wordt in de trainingen steeds  hoger. Door wisselende locaties en omstandigheden (diversiteit in dekking en afstanden) leert de hond een effectief zoekpatroon te ontwikkelen, waarmee direct beantwoord wordt aan de trainingsdoelstelling.

Het verloren apport over water is feitelijk identiek aan het verloren apport te land met dien verstande, dat de hond eerst een waterbarrière moet nemen en daarna het commando “ Zoek apport” krijgt. Bij dit apport is het van belang, dat de hond tijdens de trainingen met zoveel mogelijk wisselende omstandigheden en situaties kennis maakt.  We denken hierbij aan verschillende waterpartijen, al dan niet begroeide waterkanten, steile of flauw aflopende taluds, dichte rietkragen etc. etc. .

Een markeerapport ziet de hond vallen en er wordt bij geschoten. Dit alles op een afstand tussen de 60 en 80 meter. De hond moet voldoende steady zijn en dus op zijn plaats blijven.  De hond moet in een rechte lijn richting de valplaats lopen en mag niet verloren zoekend  het apport vinden. Hij moet de valplaats onthouden en vooral laten zien, dat hij de diepte  goed heeft ingeschat en de valplaats goed heeft onthouden. Pas op het allerlaatste moment wordt de neus aan de ogen toegevoegd.

Het wegsturen van de hond wordt in deze proef bepaald door de keurmeester, meestal middels een tikje op de schouder van de voorjager.

Dus in deze cursus komen de volgende onderdelen aan bod:

  • Het perfectioneren van de vijf c-onderdelen;
  • Steadyness oefeningen
  • Het oplopen in linie ( wezenlijk in de jachtpraktijk);
  • Het kennis maken met en werken met ander wild dan de eend en konijn;
  • Aanleren van het sleepspoor en het oppakken hiervan middels vooruit sturen of zelfs al over water oppakken van de sleep;
  • Meervoudige apporteer opdrachten.

GROEP GEVORDERDEN (NIVEAU KNJV-A):

Dit is de  hoogste trede van apporteren , die niet voor iedere combinatie bereikbaar is. In deze training wordt het uiterste gevraagd van zowel voorjager als hond. Cursisten, die voor het A-diploma gaan, moeten daadwerkelijk gemotiveerd zijn om dit doel te bereiken. Voorwaarde om aan deze cursus te beginnen is, dat de hond een stabiele B-hond moet zijn en dat duidelijk is, dat de hond over meer dan gemiddelde aanleg beschikt. De voorjager moet zelf de discipline bezitten om de onderdelen van het C en B-niveau zelf bij te houden en de nodige tijd en energie in het geheel willen steken.